Natuurlijk zitten er veel haken en ogen aan dit soort vergelijkingen. Maar het punt is dat er geen andere manier van vergelijken is. Anders zou je dus bij bijvoorbeeld gekloonde babies dit soort stoffen moeten inspuiten om ze dan te doden en hun hersenen in dunne plakjes te snijden.
Overigens is er wel een andere manier van onderzoeken waar ik persoonlijk erg enthousiast over ben!
Tegenwoordig bestaan er chips waarop menselijke cellen geplakt kunnen worden. Met behulp van stamcellen kunnen dan cellen van verschillende weefsels van vitale organen worden gemaakt (hart, hersenen, longen, lever, nieren, darmen, maag, alvleesklier, milt). Die cellen kunnen dan op de chip geplakt worden, en zo kan de chip een menselijk lichaam nabootsen. Zo kun je dus op de chip kijken wat de giftigheid is van een bepaalde stof op vitale organen.
Het voordeel van zulk onderzoek is dat het veel ethischer is. Stamcellen kunnen namelijk gewonnen worden uit donateurs, of uit geaborteerde foetussen (wat al iets controversiëler is, maar het idee is dat die abortus toch al plaatsvindt dus dat je dan net zo goed de cellen nog even kunt gebruiken). Een ander voordeel is dat er minder vertaalstappen gemaakt hoeven te worden van een muis of rat naar mens. Je kunt dan dus een gangbare dosis gebruiken om te kijken wat daarvan het effect is.
Toch is zulk onderzoek nog niet gangbaar. Dat heeft twee redenen. De belangrijkste reden is dat diermodellen nu de gouden standaard zijn in de toxicologie. Onderzoek naar een bepaalde stof is vergelijkbaar omdat je het kunt afzetten tegen onderzoek met een andere stof wat op precies dezelfde manier is uitgevoerd. Zo'n model met menselijke chip is anders, wat het onderzoek moeilijk te vergelijken maakt, waardoor het lastig is om de resultaten te interpreteren. Het kost dus extra veel moeite om over te schakelen op een nieuw systeem omdat iedereen dat dan moet gaan doen.
De tweede reden waarom zulk onderzoek (nog) niet veel gedaan wordt, is omdat je met zo'n chip niet goed kunt kijken naar het metabolisme en eventuele giftigheid voor andere weefsels dan de vitale organen. Onderzoek naar het metabolisme is belangrijk omdat elk afbraakproduct giftig kan zijn. Als je dus alleen kijkt naar 3-CMC en niet naar de metabolieten, dan kan het zijn dat je denkt dat 3-CMC niet giftig is, maar uiteindelijk blijkt dat 3-CMC toch wel giftig is omdat de lever het afbreekt in een andere stof die wel giftig blijkt te zijn. Dat is dus een belangrijke beperking van de menselijke chip. De werking in een menselijk lichaam zal uiteindelijk complexer zijn en daardoor blijven er dingen bestaan die je niet kunt voorspellen.
Mijn punt is vooral dat tegenwoordig wordt gedaan alsof het niet erg is als we dieren mishandelen, waarbij het idee is dat dieren zoals muizen en ratten een soort van dingen of spullen zijn waarmee we dus geen empathie hoeven te hebben. Maar muizen en ratten zijn superslimme beestjes! Ze zijn zelfbewust, en ze kunnen 'menselijke' emoties ervaren zoals angst, pijn, liefde, boosheid, enzovoorts. Alles wat we weten over het cognitieve vermogen van de dieren wijst er dus op dat ze net zo kunnen lijden als mensen. Daarom vind ik dit soort dierproeven dus net zo onethisch als wanneer we het zouden doen op gekloonde babies. Helaas zijn veel toxicologen dat met me oneens.